Directe en indirecte belastingen

Als je over belastingen praat dan kun je directe belastingen bedoelen, maar ook indirecte belastingen. Directe belastingen betaal je zelf direct aan de Belastingdienst. Duidelijke voorbeelden hiervan zijn de inkomstenbelasting en de vermogensbelasting, maar ook de belasting op behaalde winst. Directe belastingen hebben betrekking op jouw persoonlijke situatie. Daarom ook is loonbelasting een directe belasting, die door de werkgever verplicht moet worden afgedragen en ook jijzelf betaalt deze belasting, kijk op je loonstrook. Indirecte belastingen zijn belastingen die worden geheven op goederen, verzekeringen, op energie en voor je auto bijvoorbeeld. Motorrijtuigenbelasting, BTW, milieubelasting, accijnzen (op tabak en alcohol) en energiebelasting zijn duidelijke voorbeelden van belastingen die worden geheven op producten en diensten.

Inclusief of exclusief BTW

BTW betekent belasting toegevoegde waarde. Het is een vorm van belastingen. In de prijs van producten die je koopt en diensten die je afneemt zit BTW inbegrepen. Wat jij betaalt aan de kassa van de supermarkt is het bedrag inclusief BTW, dat is in Nederland verplicht. In andere landen is het mogelijk dat de prijs bij de schappen exclusief BTW is, je betaalt dan aan de kassa dus meer dan er is vermeld. De verkopende partij draagt in Nederland de belasting (BTW) aan de Overheid af. Ook wanneer je een offerte aanvraagt staat de BTW er duidelijk op vermeld. Je ziet dus wat het eindbedrag is, daarin is de BTW al verrekend. De BTW wordt wel apart vermeld, want sommigen kunnen dit bedrag als aftrekbare kosten opvoeren bij de Belastingdienst. Let er dus altijd op dat je het juiste bedrag kent wat je moet betalen als je twee bedragen vermeld ziet, inclusief BTW en exclusief BTW.

Hoog belastingtarief, laag belastingtarief en vrijstelling

In Nederland kennen we 3 belastingtarieven: 0%, 9% en 21%. Het tarief van 0% is van toepassing als je goederen levert aan het buitenland of deze opslaat in een douane entrepot, dit laatste is een verzegelde opslagplaats. Bij twijfel welk tarief je moet nemen, raadpleeg de Belastingdienst. 9% is het tarief dat wordt betaald als je levensmiddelen aankoopt, maar ook bijvoorbeeld voor water, medicatie, boeken, hulpmiddelen. 21% wordt er betaald voor alles dat niet onder de 0% en de 9% regeling valt. Het kan een hele klus zijn om te bepalen hoeveel BTW er berekend moet worden, zeker als er met verschillende tarieven moet worden gerekend. Jouw boekhouder weet raad!